Vooronderzoek
In deze post ga ik in op mijn eerste onderzoeksstappen in aanloop naar de kick-off!
In de werkplaats op school hebben ze een tweetal robots. Deze robots heb ik gebruikt in mijn vooronderzoek. Een van de robots had een ronddraaiende as, waardoor een stuk metaal naar voren en naar achteren kon bewegen (verfmengmachine), en een van de robots had een ronddraaiende as die een plank naar boven en naar beneden duwde (plankmachine).
In mijn onderzoek met deze machines ben ik erachter gekomen dat het gevoel dat de robot kan reageren, belangrijk is. De 'verfmengmachine' kon op verschillende snelheden bewegen, waarbij die verschillende tonen en geluiden kon produceren. De plankmachine was beperkter: die ging aan of uit.
Ik heb een aantal tests gedaan met verschillende variabelen, waaronder:
- Toevoegingen ogen, handen
Hierbij kwam ik erachter dat placering in combinatie met beweging erg belangrijk was. Ogen maken iets snel heel lief, het zorgt voor een kijkrichting, een gezicht. De toevoeging van de hand gaf meer suggestie van menselijke beweging, maar de connectie bleef uit.
- Snelheid
Hierbij was vooral het verschil in geluid (hoog en heftig in tegenstelling tot sloom en krakerig) erg interessant. Als de verfmengmachine heel snel draaide, begon die ook te bonken, bijna als een soort woedeaanval. Dit werkte erg goed om de menselijkheid erin te zien.
- Wel of geen muziek
De muziek vertelde een verhaal. De robot werd dan vaak een soort danser. Dit frame werkte erg goed om er een verhaal en dus een menselijkheid in te zien.
- Licht
Donkerte en licht zorgde voor meer sfeer, maar had geen inhoudelijk significante inbreng. Licht op de robot in de vorm van een klein waxinelichtje deed niet heel veel.
- Een geprojecteerde 'relatie' op de twee robots
Ik probeerde om de robots naar elkaar toe te bewegen. Hierbij was het gemakkelijk om een bepaalde frustratie of verlangen te zien (als de beweging van de verfmengrobot bijvoorbeeld erg escaleerde), maar een genegenheid was moeilijker. Dit had naar mijn idee vooral te maken met de affordances van die specifieke robot, en misschien ook de framing van de scene waarin een robot op een sokkel stond en de andere op de vloer lag.
Performatief onderzoek
In mijn performatieve onderzoek heb ik eerst een kleine performance gegeven waarin ik de twee robots op elkaar liet reageren. Als de plankrobot zijn plank omhoog duwde, dreigde een klein plastic bakje met water bijna het water te knoeien. Wanneer het water bijna knoeide, ging de verfmengmachine sneller draaien, als 'respons'. Hier zette ik later het nummer Mother and Child van Bart Hengeveld bij aan, een nummer wat geschreven is voor het kunstwerk met dezelfde naam, waarin twee robots een moeder-kind relatie met elkaar uitbeelden.
Daarna heb ik het publiek deelnemers gemaakt en kregen ze de optie om zelf op te zoeken wanneer de robots menselijk voor ze werden. Wat voor mij werkte is dat ze bijna als vanzelf op zoek gingen naar een kader waarin ze menselijk werden. Mijn klasgenootje Vika pakte de verfmengrobot die in doeken op de grond lag op, waardoor het een soort kindje werd. Anderen plakten er oogjes op en zetten het achter een bakje met water, waardoor het een 'hondje' werd. Vooral het scheppen van dit kader zorgde ervoor dat het echt tot leven kwam.
Verder kwam de feedback dat het 'gejammer' van de robot als erg zielig werd ervaren (het geluid wat die maakte als die bijna stilstond).
De feedback heb ik opgenomen.
Conclusie:
Door het onderzoek wat ik heb uitgevoerd ben ik erachter gekomen dat het belangrijk is dat er een menselijkheid op de robot geprojecteerd kan worden. Bijvoorbeeld doordat die iets 'probeert', of doordat die lijkt op iets wat menselijk is, of doordat de 'framing' van de situatie klopt.
Hier beneden vind je een aantal video's van de tests.
Dit zijn alle stappen die zijn genomen in aanloop naar de kick-off! De volgende stappen worden eerst verdiepend, en daarna verbredend. Ik ga onderzoeken wat ik met dit onderwerp kan zonder er fysieke robots bij te betrekken.

Reacties
Een reactie posten