Performatief onderzoek: objecten meedragen
De afgelopen maand heb ik meerdere weken met verschillende objecten rondgelopen, waaronder een drietal metalen blokjes die ik warm moest houden en een zakje met kleine schroefjes die waren overgebleven nadat ik de monitor uit elkaar heb gehaald (zie: het sterfbed van de monitor).
De schroefjes heb ik een lange tijd bij me op mijn huid gedragen. Op een gegeven moment had ik een voortgangspresentatie over dit project en vertelde ik over de monitor en over de schroefjes, en tijdens de presentatie begon ik te huilen. Op een of andere manier zorgde dat ervoor dat ik boosheid richting de schroefjes ging ervaren, waardoor ik ze niet meer met me mee wilde dragen, maar ik kan ze niet weg doen. Ik wil nog verder met de schroefjes aan de slag, in de gaten houden hoe dat zich ontwikkelt, maar ik weet nog niet op welke manier.
De blokjes waren van Jorrit Thijn, mijn begeleider, die er ook een soortgelijk experiment mee heeft gedaan. Ik heb in totaal ongeveer 14 dagen met deze blokjes rondgelopen en heb ze altijd warm proberen te houden. Zo liet ik ze achter bij mijn partner of legde ik ze in heet water als ik even moest douchen, en zaten ze voor de rest van de dag in mijn zak of sliep ik naast ze in bed.
Het voelde een beetje alsof het toneelstukje klaar was: alsof de magic circle doorbroken was. Ik voelde geen wil en doorzettingsvermogen meer om met de blokjes verder te gaan. In deze onderstaande video ga ik daar verder op in.
De blokjes heb ik vorige week terug ingeleverd bij Jorrit. Ondanks dat ik een tijdje niet meer voor ze heb kunnen zorgen (of heb willen zorgen), merkte ik dat ik toch even nodig had om afstand van ze te nemen, om 'afscheid' te nemen. Dit gevoel was, in tegenstelling tot het perspectief wat ik eerder had benoemd, zeker geen make-believe, het voelde heel 'echt'.
De vervolgstap in deze is om te kijken op wat voor manier andere mensen zich kunnen hechten aan objecten.
Reacties
Een reactie posten