Playtest: Vind Jouw Bezield Object
Op de open dag op de HKU, 22 maart 2025, heb ik een playtest uitgevoerd. Deze playtest was vooral een middel om de theorieën die ik tot nu toe heb verzameld over de factoren die bijdragen aan bezieling, te testen. De maandag ervoor heb ik een update gegeven over de huidige hoofd- en deelvragen van het onderzoek die ik dus ook in deze playtest heb meegenomen, die zijn als volgt:
Hoofdvraag:
- Welke factoren dragen bij aan de ervaring van de bezieling van een object?
Deelvragen:
- Welke rol speelt de relatie tot een ander mens in de ervaring van bezieling bij een object? Is een relatie tot andere mensen nodig om bezieling te ervaren?
- Welke rol speelt de factor tijd binnen de ervaring van bezieling van een object?
- Hoe kan ik de factor context binnen de ervaring van bezieling van een object inzetten?
- Welke rol speelt de factor ‘respect’ binnen bezieling als geheel?
- Hoe kun je een object ‘pijn’ doen? Wat zegt dat over de ervaring van bezieling?
In het onderzoek tot nu is het telkens sterk naar voren gekomen dat een relatie tot een ander persoon ontzettend belangrijk is in het voelen van een relatie tot een object. Doordat het object een relatie had tot een persoon, verhouden wij ons via dat object ook op een bepaalde manier tot die persoon. Mijn onderzoeksvraag in deze specifieke playtest was om na te gaan wat ervoor nodig is om een relatie tot een object aan te gaan wanneer die relatie tot een persoon niet van toepassing is. Dat doe ik door de andere factoren die benoemd zijn in de deelvragen, te bevragen.
De playtest bestond uit een paar verschillende stappen. Ik had me in de blackbox opgesteld met een bureau.
De deelnemer ontvangt een vragenlijst met de volgende vragen:
Welkom bij de zoektocht naar jouw perfecte match! Beantwoord de volgende vragen, en wij vinden een object dat bij jouw persoonlijkheid en verlangens past.
1. Wat zoek je in een object?
Iets dat mij troost
Iets dat mij inspireert
Iets dat mij alert houdt
Iets waar ik iets van kan leren
Iets wat mijn identiteit uitdraagt
Een vervanging van iets wat ik mis
Iets wat beweegt
Iets met een verhaal
Iets wat perfect is
Iets wat imperfect is
Iets wat me iets kan laten voelen
Iets wat eruit ziet zoals ik wil
Anders:
Stabiel en betrouwbaar
Speels en onvoorspelbaar
Mysterieus en geheimzinnig
Warm en uitnodigend
Praktisch en functioneel
Anders:
3. Hoeveel tijd zou je met je object willen doorbrengen?
Enkele minuten
Enkele minuten tot een uur
Een of meerdere uren
Een of meerdere dagen
Anders.
- 4. Hoe moet een object zich over jou voelen?
Dat ik voor het zal zorgen
Dat we gelijken zijn
Dat die minder is dan ik
Dat die meer is dan ik
Dat ik er niet altijd voor het zal zijn
Anders:
5. Wat moet je object niet zijn?
6. Zou jouw object jou pijn mogen doen (en waarom)?
7. Zou jij jouw object pijn mogen doen (en waarom)?
8. Moet het object jou respecteren (en waarom)?
9. Moet jij het object respecteren (en waarom)?
10. Wat zou jij het allerliefste doen met je object?
11. Wil je jouw object een naam geven?
Hierna ging ik met ze in gesprek over de gegeven antwoorden, bijvoorbeeld door te vragen wat imperfectie voor hen betekende, of of ze het gevoel hadden dat een object niet bezield was als het bijvoorbeeld lelijk was.
Hierna werden ze uitgenodigd om te 'synchroniseren' met hun object door er even mee te zitten met een koptelefoon met een soundscape op.
Wanneer ze hiermee klaar waren kwamen ze terug en kregen ze de vraag hoe ze zich nu voelden over het object en of ze het wel of niet mee wilden nemen.
Een aantal van de kern takeaways uit dit onderzoek waren dat de deelnemers het belangrijk vonden dat het object imperfect was, dus dat er een zekere mate van verhaal aan af te lezen viel. Daarnaast vonden ze het belangrijk dat ze zichzelf tot op zekere hoogte met het object konden vergelijken (als ik imperfect ben, moet het object ook imperfect zijn). Vaak begonnen ze na te denken over de objecten vanuit functie of vanuit hoe ze eruit zagen, maar zodra er meer vragen gesteld werden, vonden de deelnemers het gemakkelijker om zich naar het object te verhouden. Ze vonden het waardevol als een object 'voor hen' werd uitgekozen in plaats van dat ze het zelf deden en ze merkten dat doordat ze er zelf van tevoren een verhaal of eigenschappen bij hadden bedacht, dat die automatisch ook bij de objecten hoorden. Ze hadden zichzelf als het ware al 'geprimed'.
Veel van de deelnemers voelden aan het einde van de ervaring een connectie met hun object en wilden deze dus ook graag meenemen. Het is fijn als een object klein en compact is, zodat het gemakkelijk mee te nemen is, bijvoorbeeld in een portemonnee. Dit doet mij denken aan een werk wat ik vorig jaar heb gemaakt genaamd carillion waar deelnemers een berichtje achterlieten over een tijdperk wat ze wilden beginnen of achterlaten, waar ze een belletje voor in ruil kregen.
Het lijkt me interessant om dit spoor verder te gaan onderzoeken. De persoonlijke verhalen en context blijven iets wat mensen belangrijk vinden in relatie tot hun object. Ze hebben een bepaalde 'kapstok' nodig om hun ervaring van bezieling aan op te hangen, en dit kan dus de ervaring van tijd, respect of context zijn. Tot nu toe heb ik geprobeerd om van de factoren menselijke relatie en context weg te sturen om te onderzoeken of het ook zonder kon, maar ze lijken dusdanig belangrijk te zijn dat ik wil gaan proberen om er juist in te gaan leunen en het dieper te onderzoeken. De factor tijd lijkt ook nog steeds interessant te zijn, maar minder sterk dan eerder gedacht. Met veel context en verhaal is het niet nodig om veel tijd met een object door te brengen.
De vervolgstappen zijn dus in de richting van het sterk aanwakkeren van een persoonlijke connectie door middel van gebruik van context en relatie. Hierover zijn specifieke opmerkingen geleverd door deelnemers die ik wellicht in een volgende blogpost kan toelichten.
Bronnen:
Gillin, Gillin J. L., & Huizinga, J. (1951). Homo Ludens: A Study of the Play-Element in Culture. American Sociological Review, 16(2), 274. https://doi.org/10.2307/2087716



Reacties
Een reactie posten