Bevindingen van R.U.R. van Karel Čapek
Het woord Robot komt uit het werk RUR (Rossum's Universal Robots), een toneelstuk uit 1921. Het woord 'robot' is zeer waarschijnlijk afkomstig van het Tjechische werkwoord voor hard werken, 'robotat'. Ik heb RUR gelezen als deel van mijn contextonderzoek en om inspiratie op te doen voor een mogelijke narratieve richting voor de uiteindelijke ervaring.
De samenvatting van het stuk R.U.R is te vinden op deze wikipedia pagina. Mocht je het stuk niet kennen, is het aan te raden om deze te lezen voor je verder gaat met deze blogpost.
RUR is in mijn ervaring een stuk wat vandaag de dag ook relevant is. Enkele hoofdlijnen- of in ieder geval, voor dit onderzoek interessante hoofdlijnen- worden hier toegelicht.
In dit verhaal hebben mensen arbeiders gemaakt, die precies op mensen lijken, maar zonder een 'ziel'. RUR zegt dat robots geen ziel hebben omdat ze niet kunnen voelen, niet in opstand kunnen komen en zich niet kunnen vermenigvuldigen. Aan het begin van het stuk kunnen ze dit niet, maar naarmate het stuk vordert, krijgen ze steeds meer van deze 'bezielde' eigenschappen. Robots gaan te vaak kapot dus krijgen een pijnreflex ingebouwd, om op die manier te voelen. Daarnaast programmeert een van de personages ze om te zien of meer prikkelbaarheid ze menselijker maakt. De robots komen als gevolg van hun toegenomen prikkelbaarheid in opstand en het stuk eindigt met twee robots die verliefd worden en door de laatst overgebleven mens benoemd worden tot de nieuwe Adam en Eva.
Deze tekst is 100 jaar geleden geschreven. Ondanks dat ik er erg voor ben om werk te zien in de context van de tijd waarin het geschreven is, vond ik dat RUR een aantal opmerkelijk frappante voorbeelden had van welke rol vrouwen hadden in die tijd. Zo is het enige vrouwelijke hoofdpersonage, Helena, een mooie vrouw, een lustobject, vrij dom en heel erg emotioneel. In de rollenbeschrijving worden twee robots omschreven als 'personage 1: robot' en 'personage 2: vrouwelijke robot', wat suggereert dat mannelijke robots de standaard zijn. Als kers op de taart vraagt Helena op een gegeven moment waarom de fabriek vrouwenrobots zou maken als ze toch geen geslachtskenmerken hebben, waarop een ander personage antwoordde dat mensen nou eenmaal gewend zijn aan kamermeisjes, vrouwelijke typisten en vrouwelijke winkelmedewerkers. Deze verouderde gendernormen zijn een hoofdlijn in het verhaal, maar stellen desondanks wel belangrijke vragen over hoe wij als mensen, ook tegenwoordig, met elkaar omgaan.
Wanneer is een robot een man of een vrouw? En wat zijn dan de 'properties' waar een robot aan voldoet? De vrouwelijke robots in RUR hadden geen geslachtskenmerken maar werden als vrouw gezien door het werk wat ze deden. Wat zegt dat over vrouwelijkheid toen, en vrouwelijkheid nu? Wanneer is iets of iemand een vrouw?
Daarnaast is er een duidelijke Christelijke rode lijn te vinden in de tekst. Vooral het kindermeisje Nana, die beschreven wordt als 'de stem van het volk', praat veel over hoe de robots onnatuurlijk zijn, dat ze de dag des oordeels nabij zijn, enzovoort. De makers van de robots worden vergeleken met God, en hoe zij God's creatie wilden evenaren. Wanneer de overgebleven mensen willen vluchten in een boot maakt een van de personages een opmerking over dat die boot de nieuwe Arc van Noach zal worden. In de laatste scene spreekt de laatst overgebleven mens over 'de zesde dag' en roept twee verliefde robots uit tot de nieuwe Adam en Eva. Deze verwijzingen naar het Christendom zijn naar mijn idee een duidelijk gevolg van de tijd waarin deze tekst geschreven is, waar het geloof aan de orde van de alledag was.
Ik vind deze verwijzingen naar het Christelijk geloof interessant, vooral in de context van de maakbaarheid van een robot en de mens als schepper. De mens creeërt de robot, maakt dat de mens tot God? Als de enige taak van de robot is om te produceren, is het dan een wezen? Wanneer wordt het meer dan een robot en krijgt het een ziel?
Zoals eerder benoemd krijgt volgens deze tekst de robot een ziel wanneer die kan voelen, in opstand kan komen en zich kan vermenigvuldigen. Tot in hoeverre geldt dit ook voor de moderne mens? Zou dat een onvruchtbaar persoon tot minder dan een mens maken?
Wat een mens- en dus ook, een robot- een ziel geeft, is een vraag waar ik me in de rest van dit onderzoek nog flink op ga storten.
Reacties
Een reactie posten